woensdag 8 juli 2026

De wijde broek

Het is warm. Ik heb me binnen opgesloten. Een hempje en een dunne linnen broek met zeer wijde pijpen moeten ervoor zorgen dat het zweet snel kan verdampen. Lekker luchtig. Vanmorgen op de fiets dacht ik nog wel: "Als de pijpen maar niet tussen de spaken komen". Maar dat ging goed. 
Helemaal werkeloos kan ik zo'n hete dag toch ook niet doorkomen. 
Ik besluit een muurtje te gaan verven, want na isoleren en stucen begint het leuke werk; het weer mooi maken! Ik pak de trap en begin ijverig met de randjes, maar deze kwast bevalt niet en dus ga ik even een andere pakken. Ik loop naar de werkkast en haal van de onderste plank een ronde i.p.v. een platte uit de kwastenpot. Snel wil ik weer teruggaan, want resultaatgericht als ik ben, kan ik niet wachten om het af te zien! In de haast stap ik echter met mijn ene voet in de broekspijp van mijn andere been. Ik maak een gekke draai en val languit op mijn rug in de galerie. In mijn val denk ik nog dat het belangrijk is mee te bewegen. Ik lig even een paar seconden naar het plafond te kijken en het schiet door me heen dat het fijn is dat de galerie vandaag gesloten is en dat de gasten van de Museumkamer eropuit zijn. 
Ik ga rechtop zitten en kijk naar mijn hand. Verbaasd zie ik dat de middelvinger van mijn rechterhand  bijna 90 graden naar rechts staat. "Oh nee, niet naar de huisarts!" Zonder verder na te denken trek ik aan de vinger en met een klein knakje zet ik hem weer in de kom. "Zo, nu verder met de klus." Nadat ik een paar minuten een ijszak op de vinger heb laten rusten, maak ik het muurtje af. Tevreden over het resultaat van zowel de muur als de zelfredzaamheid sluit ik de dag af met het ritueel weggooien van de broek in de prullenbak.
De volgende morgen is de vinger dik en stijf en de dagen erop gaat het van paars, naar groen en geel. Hem buigen doet ook best nog pijn. Voor de zekerheid vul ik even de test op Thuisarts.nl in: 'Moet ik naar de dokter?' Daar komt uit dat dat niet hoeft. Een paar weken later, gaat het alweer een stuk beter. 
Ik wilde het verhaal van de vinger al eerder opschrijven, maar het kwam er nog niet van, totdat ik vandaag het bericht van het AD las over de wijde broekspijpen en ongelukken.
Iedereen is gewaarschuwd!





maandag 6 juli 2026

Texel in geuren en kleuren

Eindelijk weer eens een flinke wandeling gemaakt. Texel staat in bloei! Omdat de ondersteuning van mijn bakfiets stuk is en er een flinke wind staat, besluit ik met de bus naar de veerhaven te gaan en vandaaruit rond de Mokbaai en een Horsmeertje te lopen en weer terug. Het is heerlijk bewolkt.

Met een fantastisch uitzicht op de Mokbaai begin ik de tocht. Ik zie de scholeksters druk bezig met hun rode snavels in het slik. Een groepje kokmeeuwen kijkt dezelfde kant op en een Pontische meeuw op de bazaltblokken denkt er het zijne over. De paarse kleur van de bloeiende lamsoor tussen de stenen van de dijk is prachtig. De zeedistel is ook alom vertegenwoordigd, echter niet blauw/lila, maar nog helemaal lichtgroen. Immense berenklauwen met beestjes op de grote witte schermen staan in de berm en paarse distels overal. Ik wil net zo'n fraaie distel fotograferen als er twee puttertjes uit vliegen. Ik klauter over het hek om mijn weg over de dijk te vervolgen. Een groepje geschoren schapen vertrouwt het niet en gaat toch maar opzij. Gaaf om zo dichtbij te komen en ze in de ogen te kunnen kijken. Een schapenoog is fascinerend. Een eindje verder kijk ik nog eens om. Ze staren me na en keutelen wat en sommigen liggen alweer. Ik vervolg mijn weg en zie een lepelaar aankomen en landen in een kreek. Ik loop verder langs de rand van de vallei. Hoor vogeltjes flink tekeer gaan maar zie niets in het struikgewas. De mierzoete geur van de bloeiende gele walstro, kamperfoelie en witte klaver hangt overal. Een rijtje lepelaars vliegt hoog over.

Nu gaat het heuveltje op, heuveltje af over het smalle paadje rond het Horsmeer. De zon komt tevoorschijn en brandt er goed op. Tunnels van groen, waaronder het zeker een paar graden koeler is. Prachtige doorkijkjes. Uitkijken voor de takken van de braamstruiken. Het helmgras prikt af en toe door mijn dunne broekspijpen. Allerlei vlindertje kruisen mijn weg; oranje, lila en zwart.
Aan het eind, waar het geasfalteerde pad begint, stuit ik op twee jonge ganzen die een beetje chaotisch rondlopen. De een schiet het hoge gras in en de ander staat wat aarzelend te wachten. Ze lopen uiteindelijk achter elkaar aan richting water, maar slaan dan toch ineens rechtsaf ergens de berm in. Ik draai me om en zie daar moeder de gans liggen. Ze ligt er duidelijk al een tijdje. In een fractie van een seconde besef ik in welk drama ik me hier bevind. Ik loop naar het bankje en drink een pakje perensap leeg, eet een banaan en laat het allemaal even bezinken.

Het is tijd voor de terugweg. Het harde pad af, de weg over en weer tussen het riet rond de Mokbaai. Zeekraal in de kreekjes, nog meer lamsoor. Boven op de dijk aangekomen overval ik de schapen met mijn terugkomst. Ik ga er even rustig bij zitten en zie in het dorre gras een braakbal met superkleine botjes erin. Nog nooit heb ik er zelf eentje gevonden! Ik bekijk aandachtig de miniscule botjes.
In de verte zie ik de veerboot richting Texel komen. Ik zou die bus kunnen halen. Even flink doorstappen nu. Ik geniet van oker en roestbruin en de zon en de wolken die ermee spelen. 
Ten afscheid word ik beloond met een zeehond, die in de verte op de zandbank ligt. 
Althans dat dacht ik en dat was ook zo toen ik thuis de foto bekeek die ik op goed geluk gemaakt had.