Follow by Email

maandag 20 januari 2020

Een verhaal met een staartje

Natalie van den Berg woont tijdelijk bij ons in de straat in afwachting van de oplevering van haar huis. Eergisteren kwam ze weer een bezoekje brengen aan het museum. "Ik vind het Hert ook heel mooi," zegt ze als we even een praatje maken. Ze heeft hem in de etalage zien liggen tijdens de feestdagen, "maar", zegt ze er meteen bij, "ik mis nog een staartje. Je weet wel, zo'n zacht, wollig staartje", en ze maakt er een vertederend gebaar bij met haar handen, alsof ze het staartje al voelt glijden langs haar wang. Ondertussen lopen we gezamenlijk op naar het beest dat nu achteraan in de expositieruimte zijn plek heeft gevonden.
Ik kijk of Natalie gelijk heeft. Kritiek op je werk moet je altijd serieus nemen. Je kunt er je voordeel mee doen, maar ik ben ook uiterst voorzichtig met tips, want het moet wel het hert van de kunstenaar blijven natuurlijk. Inderdaad, ik zie nu dat je zou kunnen twijfelen aan de nog wat 'kale' achterkant, die daardoor een beetje uit balans is met de voorkant. Een staartje zou dit alles kunnen rechtbreien.
Ik geef Natalie gelijk. "Maar dan moet ik die wel eerst vinden. Wie weet", lach ik, "dat ik ooit nog eens op het Texelse strand loop en denk: verrek daar ligt de staart voor het Hert!"
Als Natalie weg is realiseer ik me dat de sculptuur misschien zonder staart allang verkocht is als ik eindelijk het staartje opgepakt heb uit het zand. Ik laat de staart maar rusten, want ook zonder kan het goed.
De volgende dag duik ik bij Paal 28 de duinen in richting de Slufter. Heerlijk die zon in je gezicht.
Ik loop lekker uit de wind achter de hoge duinenrij.
Links van het drassige pad zie ik ineens in de berm iets wat lijkt op een konijnenstaart.
Ik raap het lichte, soepele bontje op en kan het nog niet helemaal geloven;
het is de staart voor het hert die hier zomaar voor mijn voeten ligt! Verder nergens de resten van het kadaver, alleen het staartje, precies zoals hij moet zijn; zacht, niet te klein, niet te groot.
Thuisgekomen houd ik het pluizige ding bij de kont van het hert; hij is er erg blij mee.