donderdag 12 januari 2023

Palmhout of niet

Een schorpioen van eigentijds afval op een palmhouten stammetje uit de 17e eeuw.
Je verzint het niet.

Gisteren raakte ik in gesprek met een stel van middelbare leeftijd.
Ze hadden uitgebreid rondgekeken in ons museum.
Op het punt van vertrek vertelde de man spontaan dat het stammetje, waar die schorpioen op zit, naar zijn mening weleens een stammetje palmhout uit het palmhoutwrak zou kunnen zijn:
"Ook de afmeting lijkt aardig te kloppen, maar je zou het moeten nameten. Als het zo is hebben jullie wel wat bijzonders in huis. En het is ook nog eens heel kostbaar."
Bij Museum Kaap Skil zijn verschillende kostbaarheden te zien, opgedoken uit een scheepswrak, waaronder ook veel stammen buxushout, zoals palmhout ook wel genoemd wordt.

Het stammetje onder de schorpioen kwam nu tot leven.

Tijdens een juttocht op 19 januari 2020 ergens op het strand bij Paal 28 vonden we het eenvoudige, iets gebogen stuk hout. In 2022 koos ik het nietsvermoedend uit de voorraad.
Hij zou voortaan een ondergeschikte rol spelen en de zwarte schorpioen laten shinen.
Echter vanaf nu geeft de houten sokkel zelf nog een extra dimensie aan het geheel en laat het subtiele zwarte houdertje eigenlijk twee objecten schitteren!
Ik grapte dat ik met deze informatie wel twee nulletjes achter de prijs kon zetten, maar dat doe ik niet,
want stel je voor dat het toch maar gewoon vurenhout is.
Klik op bijgaande link om meer te weten over het Palmhoutwrak.















zondag 10 juli 2022

De lol van het verrast worden

Paula en ik klimmen over het duin en ploeteren door het mulle zand weer naar beneden, de Hors op. Daar staat een ijzeren mand waar behoorlijk wat strandafval in is verzameld. Even zoeken tussen de plastic zakken met troep of ik nog wat bruikbaars kan vinden. Er liggen een paar kapotte witte jerrycans in, die op een vreemde manier aan de randen zijn omgebogen. Als ik ze eruit haal doen ze me denken aan grote kwallen. Mooi doorschijnend ook. Ik doe er alvast eentje in mijn tas. Over de rest zal ik op de terugweg een beslissing nemen. 

Eerst naar de branding, waar Paula lekker met haar warme hondenpootjes het koele water in gaat. We lopen langs de vloedlijn. Ik hoop steeds op iets met een mooie vorm of kleur dat daar in alle verlatenheid op mij ligt te wachten, maar behalve veel schelpjes liggen er weinig om hulp roepende materialen. Waar de Mokbaai begint keren we om en lopen een stuk langs de duinen van het militair oefenterrein. Een dode meeuw ligt daar stil, nog vol in de veren. Paula loopt steeds langzamer, met de tong uit de bek. Rekening houdend met haar leeftijd las ik een pauze in. Ondertussen heb ik behalve het stuk jerrycan nog een stok en drie grote schelpen gevonden. Er ligt weinig. Het meeste is natuurlijk al in de bak gegooid door ijverige mensen die zich ergerden aan het plastic. We drinken water, Paula krijgt haar koekje en we genieten van het prachtige uitzicht. De veerboot vaart af en aan. In de verte vermaken honden zich met hun baasjes. Meeuwen scheren door de lucht en ik zie zelfs een Lepelaar overvliegen. Je weet dat dit alles kan gebeuren, maar het is toch een verrassing, een toevallig samenkomen, niet gearrangeerd door de mens.

Terug bij de afvalbak merk ik dat de korf mij niet blij maakt. Ik sta hier als een zwerver uit een gore 'grabbelton' de twee andere jerrycans te vissen. Het zit me niet lekker, die regelzucht van de mens, ook al is het vaak met de beste bedoelingen. Al van verre schreeuwde de korf met het bord erboven me tegemoet. Het ongerepte van het landschap is verdwenen. De lol van het jutten is nu juist dat je je tijdens het wandelen laat verrassen door wat er ligt. Een vorm, een kleur, schoongespoeld door de zee, achteloos neergeworpen. Nietig, met het landschap er als een grote lijst omheen.


 

 








maandag 22 november 2021

Een groot geluk

Onze kleindochter is nu 17 dagen op deze wereld. 
Het was een bizarre tijd van wachten in het huis van onze vrienden Noor en Ton in Gouda. 
Frida maakte het spannend, ik heb geen nagel meer over, maar uiteindelijk is ze op de laatste dag dat het nog thuis toegestaan was, op natuurlijke wijze in het water geboren. 
We hadden daarna nog maar een weekje om van haar te genieten voordat we weer naar Texel zouden moeten afreizen. Hele bijzondere momenten met dat nieuwe kleine mensje in mijn armen.
Zoveel liefde en zo trots op mijn eigen jongste dochter en haar lief. 
Een hele middag met Frida in mijn armen. En maar kijken en maar kijken naar dit wondertje. 
Dat ik vroeger graag verloskundige wilde worden snap ik nog steeds helemaal. Maar midden in de nacht je bed uit weerhield me ervan. Ook heb ik geen rijbewijs, dus dat maakt het er dan ook niet makkelijker op. Maar wat een power hebben wij vrouwen toch. Je weet dat je lieve dochter alles op alles zet om dat mensje eruit te werken. Dat ze pijn heeft, heel veel pijn. Je kunt niets doen voor haar. En je komt erachter dat dat ook niet hoeft, dat ze de klus zelf geklaard heeft en dat ze het fantastisch gedaan heeft. Er is een klein, mooi meisje toegevoegd aan de familie. Een groot geluk.
Inmiddels zijn we alweer een tijdje terug op het eiland. De gasten voor de Museumkamer checken in en uit en bezoekers aan het museum hebben al weer werk gekocht. Jammer dat we niet zomaar even langs kunnen. Rotterdam ligt op 4 uur reizen van Den Burg. We missen Frida. Het is een beetje verliefd zijn, je wilt er steeds naar toe. Gelukkig hebben we nu allebei een smartphone en ieder fotootje en filmpje wordt gekoesterd. Hartje hier, hartje daar.
Gistermiddag even lekker uitwaaien.
In de verte zie ik twee kraaien en twee eksters op het pad, wat doen ze daar? 
Dichterbij blijken ze te eten van een dode haas. Op het strand vinden we weinig plastic, wat natuurlijk goed is, maar wat ik toch stiekem jammer vind. We vinden hout met blauwe verf eraan en wat drijfhout dat hard genoeg is om wat van te maken. Prachtige uitzichten en luchten. 
Op de terugweg naar de auto komt er geen einde aan het kronkelpad dat op en neer gaat langs de Horsmeertjes.
















donderdag 14 oktober 2021

zaterdag 11 september 2021

Zomer in september

Zomer in september.
Ik realiseer me dat ik de hele zomer nauwelijks nog een lange dag op het strand ben geweest. 
Dan stond er weer teveel wind en dan was het na sluitingstijd van het museum alweer te koud of waren we gewoon domweg te sloom. 
Vroeger, toen we pas op Texel woonden en we het eiland natuurlijk nog helemaal moesten ontdekken, zwierven we soms hele dagen over het eiland. 
We hadden ook nog geen eigen bedrijf en we woonden heel klein. 

Deze zomer waren we vooral aan het werk: 
bijna iedere dag begon met het schoonmaken van het gastenverblijf,
daarna mooie dingen maken en bezoekers aan het museum te woord staan, 
wassen draaien,
klussen 
en gasten voor de Museumkamer in- en uitchecken. 
Allemaal heerlijk om te doen! 
's Avonds even borrelen in ons tuintje tot de zon achter de kerk verdween, 
genieten van de bezoekjes van de kinderen,
'Zomergasten' of een goeie film kijken of gewoon stom voor het bakkie hangen. 
Even lekker niets hoeven voor de rest van de dag.
Heerlijk om te doen!

Echter nu moeten we toch echt gaan, het zijn immers de laatste zomerse dagen.
De hoogste tijd dus voor weer eens een ouderwets dagje strand op de vrije zondag.
Met de nodige versnaperingen zitten we al snel in de brandende zon met ons strandtentje. 
De kaasjes en biertjes in de 'koelkuil' in het zand. Lekker een beetje struinen door het zand, frisse salade eten, biertje met limoen, chippie, broodje met geitenkaas en met bleu d'Auvergne, olijfje met knoflook.
Tevens de ideale situatie om ons leven tot nu toe eens even onder de loep te nemen; 
Hoe verschillend kun je zijn! Je hoeft alleen maar naar ons werk te kijken.
Een dagje de natuur in relativeert alles en we beseffen hoezeer we boffen.
Eigenlijk komt er niet veel meer uit dan dat we de liefde nog steeds hebben.

Ik kan het niet laten wat mooie houtjes te verzamelen. 
Voor een zwempartij was het helaas geen fijne zee; te ondiep, veel kwallen, geen branding. 
Er is altijd wel wat in het leven dat tegenzit. 

Er schuift een zwart schip over het zand in de verte. 
De zon maakt alles van goud. 
 
















 

maandag 2 augustus 2021

Vakantie in de achtertuin

Nee, ik ben geen reiziger. Ik reis het liefst thuis. 
Niet: de stress van het inpakken, van het uren lang over de snelweg jakkeren, je hoeft niet te zoeken waar het is, nooit heb je het gevoel van wat doe ik hier (want je woont en werkt er immers), je hoeft niet te zoeken naar waar het leuk is, waar je wat kunt eten voor een schappelijke prijs, waar je kunt overnachten. Het bed is er altijd goed en fris. Je bent er vrij. Er valt altijd wel wat te beleven als je er oog voor hebt. Trouwens hier dichtbij kun je heerlijk Italiaans ijs halen. Je kunt uit eten als je dat zou willen en op een terrasje zitten. Je lievelingsmuziek kun je afspelen terwijl je in je chillpants op de bank ligt. Je kunt genieten van het heerlijke klimaat. En natuurlijk heb je thuis het minst last van de coronasores. Kortom, ik ga het liefst op reis in m'n eigen huis. En als ik het zat ben de toerist uit te hangen op mijn eigen plek kan ik gewoon weer lekker aan het werk.
Mijn lief moest na het lezen van mijn stukje denken aan onderstaand gedicht.
Ik zei: "Kopieer en plak het eronder om het geheel wat naar een literair niveau te tillen".
Zo gezegd zo gedaan.

Aan de vooravond van nooit vertrekken...

Aan de vooravond van nooit vertrekken
Hoeft men tenminste geen koffers te pakken
Noch plannen op papier te zetten,
Met onbedoelde begeleiding van wat men vergeet,
Voor het vertrek, vrijblijvend nog, de dag daarop.
Men hoeft niets, niets te doen
Aan de vooravond van nooit vertrekken.
Welk een rust niets meer te hebben om van uit te rusten!
Grote gemoedsrust, de gemoedsrust zelfs geen schouderophaal op te brengen
Voor dit alles, alles al gedacht te hebben,
Is het, welbewust te zijn beland bij niets.
Grote vreugde als geen vreugde meer van node is:
Een omgekeerde buitenkans.
Hoe vele malen lang reeds leef ik
Het vegetatieve leven van het denken!
Alle dagen, sine linea,
Rust in ruste, rust...
Grote gemoedsrust...
Welk een vrede, na zo vele reizen, geestelijke en lichamelijke!
Hoe heerlijk kijken is het naar de koffers, starend als naar niets!
Sluimer, mijn ziel, sluimer!
Grijp je kans en sluimer!
Sluimer!
Kort is de tijd die je gegund is! Sluimer!
het is de vooravond van nooit vertrekken!

(27-09-1934)

© Fernando Pessoa
Uit: Álvaro de Campos Poesías/Gedichten 1913-1922
De Arbeiderspers 2006
vertaald door August Willemsen