Ik dacht dat de buren hem daar even in de haast hadden neergezet, dus ik besteedde er verder geen aandacht aan.
Vandaag stond hij er echter nog en ik kon mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen.
Ik tilde de punt van de deksel voorzichtig omhoog. Het zonlicht viel in de doos en ik geloofde mijn eigen ogen niet. Zie ik wat ik denk dat ik zie? Een bizarre vondst en een tikkeltje luguber ook.
Ik haalde Goossen erbij. Hij deed de deksel er nu helemaal af en we zagen:
twee gedroogde ratten, een kikker, een muis, of was dit ook een rat? En een nestje.
We bekeken de boel aandachtig. Onderin lag ook nog een piepkleine salamander.
Ze leken samen zo ontsnapt uit een rariteitenkabinet.
De neiging om alles de container in te kiepen was aanwezig, maar nadat ik van de eerste schrik bekomen was, dacht ik aan Jan en wat hij gezegd zou hebben:
Kijk dan Karina, wat mooi! De schoonheid van de dood lacht ons tegemoed! Wat een wonder van de natuur hé...
Door de ogen van Jan Wolkers werd de dode-dieren-verzameling ineens een cadeau van Darwin zelf.
We hebben de doos met inhoud in het schuurtje gezet...