zondag 19 oktober 2025

Boekpresentatie Jan Wolkers 100 jaar, 19-10-2025

In het Helium House, de voormalige gereformeerde kerk in Den Burg werden op 19 oktober 2025 maar liefst vier nieuwe boeken gepresenteerd van Jan Wolkers. Jan zou vandaag, 26 oktober 2025, honderd jaar geworden zijn. Karina Wolkers, Onno Blom en Maarten van Rossum vertelden in een chronologisch opgebouwde interactie over hoe het leven van Jan verlopen is. Van het opgroeien in een duistere tijd met de beklemming van een streng en gelovig gezin tot een nieuw begin op Texel. Het leven werd lichter toen ze eenmaal op het eiland woonden en Karina en hij creëerden er voor zichzelf en hun twee jongens een waar paradijsje. Maarten vertelde met veel gevoel voor humor enkele anekdotes over hoe hij Jan leerde kennen en over de mega gehaktballen die ze kregen voorgeschoteld waar zijn vrouw bang voor was omdat zij in het begin niet durfde te zeggen dat ze absurd groot waren en een kwart al genoeg was geweest. Karina vertelde liefdevol over Jan, hoe ze elkaar leerden kennen vlak voor hij doorbrak met Kort Amerikaans en alles ineens in een ongelooflijke stroomversnelling raakte. Jan was nooit ingegaan op het aanbod om bijvoorbeeld een jaar lang betaald lezingen te houden hier of daar of naar Amerika te gaan om daar zijn boeken aan de man te brengen, wat ik fijn vond om te horen omdat ik ook in die richting totaal geen ambities zou hebben. Nee, vervolgde ze, hij was bang dat hij dan uit het oog verloor wat hem zo dierbaar was. Dat waar het hem werkelijk om ging: het leven met mij en de kinderen, zijn huis, zijn tuin, het schrijven en schilderen. Dat was wat hij het liefst wilde en dat kwam allemaal samen toen hij naar Texel verhuisde.
Het werd een hartverwarmende middag, veel gelachen. Doordat de boeken van Jan Wolkers mij altijd inspireerden en een steun en toeverlaat waren in barre tijden, was het ook een beetje thuiskomen. In het leven als partner, mamma van twee dochters en juf kroop de burgelijkheid, als je niet oplette, soms tegen de muren op. Maar ik kon het weer glans geven door me af en toe onder te dompelen in de wereld van Jan. Terwijl mijn man en ik probeerden ons geld te verdienen, het gezin draaiende te houden en het met elkaar goed te hebben las ik hoe deze bourgondiër met volle teugen van het leven aan het genieten was in een habitat van kunstzinnige vrijheid, sex, lekker eten en drinken en de natuur. Zo moest het leven zijn dacht ik dan. De schoonheid zien van de dingen, het vormgeven op eigen creatieve wijze en het leven en de liefde vieren. Dan hadden mijn man en ik een goed gesprek en zaten we weer even op de rails. Ik ben, net als Jan, opgegroeid in de benauwde sfeer van het gezin. Je moest gewoon meedraaien, er werd je niets gevraagd en zeker als meisje verwachtte men dat je lief en behulpzaam was en je netjes gedroeg. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Er werd niet met je gepraat, maar tegen je. Je ouders bepaalden en jij moest je daarin schikken. Ik voelde me vaak alleen. Als puber begon ik me tegen de kleinburgelijkheid af te zetten; ik wilde niet meer naar de kerk, zoals mijn oudste broer dit op een dag ook gewoon geweigerd had, en verfde mijn haar rood. Een tijd lang omarmde ik de punkbeweging, tot groot verdriet van mijn ouders. Wat moesten anderen hier wel niet van denken! Ik zocht wanhopig naar wie ik was en wilde zijn binnen de beperkte ruimte van mijn grijze leventje. Ik worstelde me door de schooljaren heen en mijn werk als kleuterleidster voelde als een ongemakkelijke rol binnen een onderwijssysteem dat niet het mijne was. Pas toen ik de dertig allang was gepasseerd kwam ik mezelf ineens tegen, besefte ik, ik ben een kunstenaar! Mijn leven kreeg meer richting en rust, maar partner, mamma en juf zijn én kunst maken was één bordje teveel om in de lucht te houden. Ik besloot, nadat ik met schilderijen één expositie op poten had weten te zetten, de productieve kunstenaarsrol te schrappen. Mijn man solliciteerde voor de grap naar een baan op Texel en nadat de kinderen waren uitgevlogen, staken ook wij voorgoed het Marsdiep over. Er vond al snel een explosie van van creativiteit plaats. Dat jaar, op 19 oktober 2007, overleed Jan.
Een paar weken geleden was mijn moeder bij ons op Texel. Ik hielp haar met het invullen van het vriendenboekje van mijn kleindochter Frida, haar achterkleinkind, want dit was voor een bijna negentigjarige best een lastig klusje. Hobby's? Tja. Beste boek? Muziek? Echter bij de vraag Wat vond je de mooiste film? hoefde ze niet lang na te denken. Tot mijn verbazing zei ze meteen Turks Fruit! Ik vroeg hoezo Turks Fruit en ze vertelde dat haar ouders, mijn opa en oma dus, een keer op bezoek waren. Het was in 1973 en Turks Fruit was pas uit. Ze bedachten om er naartoe te gaan. Ze hadden geen idee wat ze konden verwachten. "Er waren tijdens het kijken van de film veel ongemakkelijke momenten en met rode oortjes liepen we een tijdje later weer naar buiten," giechelde ze. In de auto hing daarna een uitgelaten sfeer. Het was een geslaagde middag. De film had duidelijk iets losgemaakt die dag. 
Inmiddels leid ik dan tóch een min of meer gelukkig Wolkeriaans leventje, alhoewel ik nog steeds geen beroemdheid ben en het in de liefde niet verder bracht dan beste maatjes; levenspartners met gescheiden huishoudens in hetzelfde gebouw. De gemene deler, waar we zo lang naar zochten, bleek niet groot genoeg voor een woest gepassioneerd liefdesleven. Het totaal anders omgaan met de werkelijkheid zorgde voor teveel kortsluiting binnen de relatie. Als je alleen al naar ons werk kijkt zie je het verschil. Het duurde even voordat ik dit besefte en kon accepteren.
Op de middag van de boekpresentatie moest ik lang wachten om de twee gekochte dagboeken van Jan te laten signeren. Leuren om een handtekening vind ik een vernederende zaak. Uiteindelijk stond ik toch in de rij, "Voor Maria," zei ik toen ik aan de beurt was. Karina schreef het boven aan de bladzijde. Ook van Onno, die inmiddels aan een flesje Skuumkoppe zat, kreeg ik de naam én een stempel van de welbekende haan van Jan. 
Buiten stop ik de boeken in het bijgeleverde papieren zakje en zie Maarten van Rossum onderuitgezakt op de tuinstoel zitten wachten tot hij met Karina en Onno eindelijk kokkels kan gaan eten in een restaurant (ving ik op in het voorbijgaan). "Toch een beetje een vernederende bezigheid, dat vragen om een handtekening," begin ik het gesprek. Dit kan hij uitvoerig beamen, hij heeft het nooit begrepen, maar maakte ook zelf zijn handen eraan vuil. Ik vraag hoe het met hem gaat. "Ik hou niet van opstaan en ver lopen zit er niet meer in. Een rondje Hoge Berg, dan heb je het wel gehad." "Nu ik hier toch sta en me aan het vernederen ben, zou u met mij op de foto willen?" Ik heb hem ooit horen zeggen dat hij selfies maken met fans geen enkel probleem vindt, anders had ik het niet aangedurfd. En ja hoor, hij vind het prima. 
Met de twee gesigneerde boeken loop ik wat later door het park over een tapijtje van goudgeel blad. Het waterige herfstlicht schijnt door de al bijna kale bomen.


maandag 29 september 2025

Juttocht, zondag 28 september 2025

Met de bakfiets rijd ik in het zonnetje richting de Hors. Onderweg mekkeren de schapen, staan de koeien rustig te herkauwen en zie ik dichtbij een reiger uit het riet opvliegen met een muis in zijn bek! Het staartje en de twee achterpootjes hangen uit de snavel en ik zit meteen, met gemengde gevoelens, in het verhaal van eten en gegeten worden. Er zijn veel kieviten met hun herkenbare kuifjes en spreeuwen in het veld. Ik zoef over het eiland langs een boerderij met mega veel pompoenen. In allerlei maten zijn ze opgestapeld in het stalletje aan de weg. Ook het landje ligt er vol mee. De was wappert aan de lijn. Bij de Mokbaai staan een aantal vogelaars met hun lange lenzen. Helemaal aan het eind, bij de militaire kazerne, parkeer ik de fiets. Met de rugzak gevuld met water, mandarijn, jas en tasjes op mijn rug, duw ik het houten hekje open en laat alle ellende van de wereld achter me. Langs het pad naar zee staan de meidoorns vol met rode bessen in een erehaag. Een warm welkom. Het uitzicht over de Hors is zoals altijd weer adembenemend. Heel in de verte lopen twee mensen en verder niets dan duin, strand en water. Uit de bak van Texel Plastic Vrij vis ik een hengel. Daar kan ik straks mooi de gevonden buit aan hangen.
Ik steek de zandvlakte over naar het water. Veel blauwe kwallen liggen er als grote rubberen ballen hulpeloos op de drooggevallen strook. Sommige liggen met de 'pootjes' omhoog in het ondiepe water. Fascinerende dingen. Ik loop er tussendoor en vind hier en daar iets van mijn gading: houtjes, een bizar gesleten tegeltje, een gladgeschuurde flessenhals, een plat steentje. Ik besluit linksom een rondje te maken. Plots zie ik een zeehondje in de verte op het strand, terwijl de Teso boot net richting Den Helder vertrekt. Het diertje schuifelt het water in en lijkt een stukje mee te willen zwemmen. Dan verdwijnt hij onder het wateroppervlak. Ik blijf hem zoeken en zie hem weer boven komen. Met een sprongetje, alsof hij me wil groeten, maakt hij een duik in de roerige golven. Waarom geeft het me toch altijd weer een geluksgevoel als ik zo'n beestje zie?! Ik denk dat hij naar rechts zwemt met de stroom mee, maar even later verrast hij me en komt van links weer aandobberen. Hij laat zich steeds meedrijven in de woelige baren en zwemt onder water weer terug. Ik blijf er nog een tijdje naar kijken en loop dan verder tot de stenen van de dam. Daar keer ik om om langs de duinenrij terug te lopen. Er liggen veel interessante dingen en al snel hangt er een vol tasje aan de hengel. 
Hoog tegen het duin neem ik een pauze om de dorst te lessen en de mandarijn te eten. Geen zuchtje wind en de zon brandt er nog goed op. Ik realiseer me hoe vredig hier alles is. Behalve af en toe het geluid van de veerboot is het muisstil.
Ik sta moeizaam op uit het mulle zand en vervolg mijn weg. Ineens kijkt een Jan van Gent me, vanuit zijn holle ogen, aan. Er maakt zich altijd even een soort lichte opwinding van mij meester om plots oog in oog te staan met de dood. Een dikke bromvlieg loopt over zijn witte veren.
Ik verzamel verder : rietstengels, drijfhoutjes, een plastic ketchupfles, een stuk van een kapotte vuilnisbak, een aansteker met een vreemde taal erop, grillige wortels als grove handen, hout, en een stuk bot, tenminste daar lijkt het op. Onderweg ruim ik nog wat stukken piepschuim op. Zo te zien zijn ze van de zonnepanelenbrand bij Egmond.  
De klim met bepakking over het hoge duin is goed te doen, maar toch ben ik blij als ik aan het eind van de weg de bakfiets zie staan. Als ik terugfiets zie ik vanuit een ooghoek twee zwarte slippers staan, gewoon langs de weg. Iemand heeft zijn wandelschoenen aan gedaan en is zijn slippers vergeten? Ik ben er al voorbij en laat ze staan. Weer opvallend veel reigers in het landschap in allerlei maten. Voor een heel groot exemplaar stop ik nog even, maar hij vliegt weg met een indrukwekkende spanwijdte.  Heerlijk weertje, "Lalala". Ik groet een boer op z'n erf.
Denkend aan de kinderen en kleinkinderen rijd ik de bewoonde wereld binnen.

























 


zondag 7 september 2025

Egeltje egeltje

Voor mijn verjaardag timmerde Goossen een egelhuis.
Of er ook eentje in zit weet ik nu nog steeds niet.
Op een zomeravond hoorde ik geritsel, zag struiken heen en weer gaan en daar kwam hij tevoorschijn.
Volgens de egelbescherming hebben de egels hulp nodig en ik kocht kittenbrokjes van de Action die werden aanbevolen. Iedere avond kwam nu het egeltje eten, en drinken uit de lage schaal vers water. Een plezier voor het oog. Maar na de kermis op het grote plein dichtbij kwam hij niet meer. Misschien was hij elders heen getrokken,waar het rustiger wonen was? Ik baalde in ieder geval enorm dat ik 'mijn vriendje' niet meer zag. Ik wist altijd precies wanneer hij opdook en dan zat ik klaar. Ook met m'n dochter, die op bezoek was, en dan was het een sensatie als we hem van dichtbij zagen eten en drinken. "Ja! Daar is ie!" Enthousiast maakte ik foto's en filmpjes van deze bijzondere momenten. Een tijdje daarvoor zat ik nog bovenop een romance tussen twee egeltjes en hoopte op tien kleine babytjes in een rijtje langs mijn tuinstoel, maar die hoop was nu vervlogen. 
Ik gaf de moed niet op en kocht bij de kringloop een houten kratje dat ik met behulp van mijn handige harrie ombouwde tot egelrestaurant. Ik had me ingelezen en deze 'snackbar' kreeg een plek wat verder van het egelhuis af. We maakten een extra doorgang in de heg. En ik zette, tegen beter weten in, iedere avond een schaaltje brokjes in het voederhuis. Klep dicht en bloempot erop tegen de katten. De volgende dag was het schaaltje soms half leeg en de tweede dag was hij leeg. Maar was het wel een egel? Waarom at hij het schoteltje niet in één keer leeg? Of was het de muis die ik in het vroege voorjaar met een handigheid in het vogelhuisje zag klimmen om er met volle wangen weer uit te komen?
Het niet te weten werd onverdraaglijk en ik trakteerde mezelf op een Digital Wildlife Camera.
Op de foto zie je hem misschien niet vanwege de goeie schutkleuren.
Belangrijk natuurlijk zodat de egeltjes niets in de gaten hebben. 
Een week lag hij op de keukentafel, want de installatie was abracadabra voor mij.
Goossen schoot te hulp en nadat ik nog batterijen moest zoeken en een simkaartje kopen en de hele instelling aflopen, zetten we de camera in het voederhuisje. Je kunt hem maar beter lekker dichtbij zetten, want het moest nu maar eens duidelijk worden wie hier 's nachts de maaltijd kwam nuttigen.
De schutkleuren hadden op deze plek weinig zin. De muis, rat of egel zou hem wellicht kunnen opmerken... Als het goed was zou hij tussen 19:00 en 7:00 uur starten met opnames van 10 seconden als er beweging was. 
De volgende ochtend snelde ik naar de krat en toen ik de klep opende zag ik dat alle brokjes op waren! Tóch een egel??? Ik zette de opnames, het waren er nogal wat, op de computer en op het eerste filmpje zag ik een vlieg. Op het tweede filmpje twee vliegen. Op het derde filmpje een etende egel!! Niet helemaal scherp, want iets te dichtbij, maar toch duidelijk een stekeltje dat heerlijk aan het knabbelen was. Tussen 21:30 uur en 3:30 uur was er bedrijvigheid geweest van een snackende egel. Of waren het verschillende? Wat lijken ze dan toch op elkaar. 
In ieder geval ben ik als een kind zo blij! 
Nu heb ik de camera buiten opgesteld, gericht op de ingang van het 'restaurant'. Kan niet wachten tot het morgen is. Eens kijken of het er misschien meerdere zijn. 
Binnenkort ook richten op de egelwoning! Oh ja wel even nieuwe brokjes in het bakje.
Gelukkig.




zondag 3 november 2024

Cadeau voor Frida

Onze kleindochter wordt drie jaar. Zo groot alweer?! Inderdaad!
Een mooie leeftijd om uit haar slaapzakcoconnetje te kruipen en zich verder te ontpoppen van peuter naar kleuter onder een schapenwollen dekbedje gekregen van 'appa' en 'amma' Texel.
Momenteel is ze erg in de ban van alles wat wielen heeft.
Dus geven we natuurlijk ook nog een persoonlijk en duurzaam speelgoedcadeautje op wielen van de kringloop.
De hele zondag waren opa en oma bezig te bedenken wat er nu leuk aan de magneet van de hijskraan zou kunnen hangen. Met als resultaat: een draaibare buizenhangar, met 7 gekleurde buizen, gemaakt van gejutte materialen. Je kunt de pijpen erop en eraf kunt hijsen, zoals je in het (knullige) demonstratiefilmpje onderaan kunt zien. 😂
Geluid aan




 

vrijdag 1 november 2024

Takel

Toen ik drie jaar geleden oma werd kon ik nog niet bevroeden dat ik me ooit nog eens zou gaan verdiepen in Takel, een onschuldig takelwagentje met ogen en tandjes uit de serie Cars van Walt Disney. Hij is de trouwe vriend van Bliksem McQueen. En dan heb je nog Dusty Crophopper, een sproeivliegtuigje met hoogetevrees, die ervan droomt een racevliegtuig te worden.
Onlangs verbleef ik een weekje bij mijn, inmiddels, twee kleinkinderen: Frida en Andy.
En meteen was duidelijk dat hier wat gaande was. Bij de kringloop was de vonk overgeslagen. Daar vond Frida een paar boeken met sprekende autootjes op de voorkant. En Andy slaakte ook opgewonden kreetjes waaronder :"Wap!!!" En dan weet je het wel.
Natuurlijk wilde ik eruit 'voorlezen', want ik had meteen door dat deze favoriet waren.
Ik probeerde van de slecht vertaalde tekst een samenhangend verhaaltje te breien, op het niveau van een drie jarige. "Die da ja, boem, vroeoeoeoem, dieda nee." Frida probeerde mij duidelijk te maken dat Takel wel leuk was, maar die andere gingen botsen en dat vond ze zelf duidelijk minder.
Afijn, we hebben die week nog heel wat uurtjes geprobeerd grip op de wereld van Cars te krijgen;
Met Dusty naar bed, botsen met de fietsjes in het speeltuintje, met de auto even stoppen bij de wasstraat en weer thuis de autootjes in een lange file zetten om ze daarna weer eens schoon te boenen met een sopje.
Het was een gezellig, druk weekje en met een vol hoofd reisde ik af naar het Hoge Noorden.
Eenmaal thuis ging ik gewoon aan het werk. Nou ja gewoon. Je raadt nooit wat ik vond tijdens het speuren in de bakken met aangespoeld materiaal! Takel! Ik had hem kennelijk een keertje op het strand gevonden en omdat hij toen nog niet in mijn belevingswereld zat heb ik er verder geen aandacht aan besteed. 
Ik zette de kleine aangespoelde Takel op tafel en voelde even een golf van liefde.
Sta ik gisteren een paprika schoon te maken... weer Takel! 
Ineens duikt hij overal op. 


donderdag 31 oktober 2024

Lena en Harry









Lena en Harry uit Dendermonde (België) waren het er al snel over eens dat de Fuut een mooi plekje in hun huis ging krijgen. Het werk werd ingepakt en ze verlieten de galerie.
Na 5 minuten kwamen ze terug. Ik was bang dat ze de Fuut hadden laten vallen of zo, maar nee.
Harry had op straat tegen Lena gezegd: "Hebbe gij dat bootje gezien?" Nee, dat had Lena niet, dus gingen ze terug en Lena zei: "Oh jaaaa", toen ze hem zag. En zo geschiedde het dat ook Het bootje van Miro mee naar huis ging.


 

dinsdag 17 september 2024

Paula R.I.P. februari 2009 - 16 september 2024

Twaalf jaar geleden kwam je in ons leven. We wilden graag een hond en op dat moment was er in het asiel van Den Helder geen geschikte kandidaat voor ons. Op internet kwam jouw koppie voorbij en we waren meteen verkocht. Je woonde de eerste drie jaar van je leventje bij een oude portugese vrouw en toen die kwam te overlijden hebben haar kinderen jou op straat gezet. Je kon niet voor jezelf zorgen, kwam in een asiel en ontsnapte daar weer samen met een grote hond. Toeristen haalden je uit de greppel en je belandde bij de Stichting Podencoworld. Je hebt nare dingen meegemaakt en toen je bij ons kwam was je angstig en had je een aardig rugzakje. Ook had je kale plekken, een kapot oortje, waar zalf op moest, en Leishmania. Met de tabletten tegen deze infectieziekte zijn we op eigen houtje gestopt want je werd er niet beter op. Vanaf dat moment ging het bergopwaarts. Je werd steeds minder agressief op straat, alhoewel je ooit op het strand nog wel een ineens-voorbijlopende-jogger in de broekspijp hebt gegrepen, wat ons 40 euro kostte. De jaren verstreken en met heel veel geduld en liefde ging het steeds beter en zag je het leven op Texel best zitten. Een Podenco is voor de konijnenjacht gefokt, dus altijd aan de riem, anders was je in de duinen uren zoek. We maakten lange juttochten en je ging achter de strandlopertjes en meeuwen aan. Dan konden we je bijna niet bijhouden want je was sneller dan de wind. Voor de cursus 'Hoe gedraag ik me als museumhond' ben je echter nooit geslaagd; met je kop door het hekje bemoeide je je vaak met het gesprek tussen ons en de bezoekers. Maar wat hebben we veel prachtige wandelingen gemaakt, wat was het fijn om samen op de bank naar B&B vol Liefde te kijken. Wat was je ontroerend mooi in al je verschijningen.
Dit jaar ging het echter slechter en slechter. Ook kwam het steeds vaker voor dat het na een nacht mis ging en je niet op het zeiltje lag, waardoor het bed nat was. Overdag moest ik om de twee uur met je naar het park, maar dat haalde je vaak niet. Dan zat je ineens midden op straat en liet je een grote plas lopen. Ook bleef je dan soms staan alsof je zeggen wilde: ik heb pijn. Je was wankel op de achterpootjes. Sinds je niets meer hoorde was je ook extreem onzeker en wilde je ons eigenlijk altijd zien. Met onze lieve kleinkinderen samen was geen succes; je hield niet van die drukte en je raakte van de leg. Als er vrienden waren mocht er niet hard gelachen worden (wat best moeilijk was, haha) want dan wilde je vluchten. Zo ook als we moesten hoesten, dan keek je geïrriteerd op en liep je weg om je te verstoppen. Maar er waren ook nog zoveel mooie momenten: als je de twee honden uit de straat tegenkwam. Daar was je dol op, dan voelde je je nog even een jonge pup. En als je je eten kreeg natuurlijk!! En als je in het zonnetje kon liggen of bij me op de bank onder een dekentje. Of als je mee mocht in de auto. Of als de dochters met hun liefdes op bezoek kwamen, dan was je altijd blij.
Afgelopen zondag gingen we nog één keer met je naar het strand. Langzaam beklommen we de hoge duinovergang. Af en toe even stoppen om op adem te komen. We zaten in het zand en je snoof de zeewind op. Op de terugweg liep je met de pootjes in de branding, nog een laatste keer. De strandlopertjes en de meeuwen liet je links liggen.
 
Thuisgekomen kreeg je je snack en kroop je in je mandje. Diezelfde nacht rond 3:30 uur hoorde ik dat Goossen met je naar beneden ging. Je was niet lekker en daardoor onrustig. Je dronk lang en veel. Al weken kun je 's nachts de plas vaak niet ophouden en dus liep Goossen met je naar het park. 
Ik kon de slaap niet meer vatten. Al weken zaten we in dubio; wel of niet nu laten inslapen. We hadden contact met de dierenarts en lazen het boekje Zijn we niet te vroeg.
Ik belde op 16 september om 8:00 uur de dierenarts. "We willen haar in laten slapen, kan het nog vandaag, dan kunnen we er allebei bij zijn?" Ik kreeg deze zin maar net over de lippen en snotterde dat 11:30 uur o.k. was. In overleg hebben we toch besloten om je niet thuis te laten inslapen. Thuis is je veilige haven en dat moet zo blijven. Je zou helemaal van slag raken door het bezoek van de dierenarts op jouw terrein. Dus liep je rond 11:15 uur gedwee mee met Goossen in het zonnetje naar de praktijk.
Ik legde ondertussen thuis je dekentje in de bakfiets en reed wat later ook die kant op. Je kwispelde even met je korte staartje toen je me zag. Relatief makkelijk liep je met ons mee naar binnen. We mochten wachten in een kamer en aaiden je en huilden. Je liet het gelaten over je heen komen. Na een kort gesprek met de dierenarts, die alle tijd nam, vertelden we waarom het niet meer ging en dat we ook niet meer wilden sollen met je met allerlei onderzoeken. Met een leeftijd van vijftien en een half moet je dat niet meer willen. Het was goed zo. We wilden jou verdere aftakeling besparen en eerlijk gezegd ook ons eigen leven terug.
De eerste prik ging erin voordat je er erg in had. Zittend op de grond gleed je heel rustig tegen Goossen aan in coma. We aaiden je mooie vacht en de dierenarts haalde met de tondeuse een stukje haar weg bij de poot. De tweede prik ging in de ader en al snel klopte je hartje niet meer. 

Je was helemaal slap. In de bakfiets lag je onder je dekentje. Lopend met de fiets aan de hand voelde het als een rouwstoet. Door de menigte van de maandagmarkt in het centrum kwamen we weer thuis. Goossen had vooraf al een gat in ons tuintje gegraven. Op de tafel lag je opgebaard en ik versierde je met bloemetjes en schelpjes. Je kreeg, voor de laatste keer, maar liefst twee van je favoriete snacks uit de Bellobox, die ik onlangs nog besteld had, zodat je nog iets had voor 'onderweg'. 
Ik haalde op de markt viooltjes en twee lekkere broodjes. We dronken koffie, snotterden, en maakten de laatste kiekjes. Al die jaren met jou kwamen in vogelvlucht voorbij. En dat het goed zo is. En dat je een prachtig leven hebt gehad bij ons op Texel. 
Je paste precies in het grafje. De viooltjes pootte ik in de juskommen die gediend hadden als jouw waterbakken.
Dag lieve Paula. Het is raar stil in huis nu. Ik heb de hele tijd het gevoel dat ik je uit moet laten, dat ik je toe moet dekken, dat het tijd is voor je eten en je snack, dat je water moet worden bijgevuld. Zit het hekje wel dicht? Enzovoort enzovoort.
We missen je, maar je hebt een fantastisch leven gehad. 
Je hebt ons zoveel plezier en liefde gegeven en je was een bron van inspiratie voor veel kunstwerken.
Het is goed zo.


vrijdag 30 augustus 2024

De naaktslak

Om nog even op het thema Zielige Dieren voort te borduren het volgende.
Al weken verzamel ik in onze kleine stadstuin de naaktslakken die zich daar spontaan aandienen in de schemering. Vaak slepen ze zich over de vlonderplanken van A naar B. Als je niet uitkijkt glij je zo over die trage gasten de tuin in. Gisteravond spotte ik net op tijd een flinke, roestbruine hermafrodiet voor de achterdeur. Snel pakte ik het lege jampotje en behendig tikte ik hem erin. Een slak kan zich beter  ophouden in de openbare ruimte om daar het ecosysteem op pijl te houden. Het plan was om de uitzetting te combineren met het uitlaten van de hond later die avond. Echter, in de haast mijn bed in te komen vergat ik het potje en vannacht om 3:00 uur werd ik wakker met een onaangenaam gevoel; ik dacht aan de slak die ik zonder water en zonder gaatjes in het deksel had achtergelaten op de keukentafel.
Toch ben ik na een korte periode van schuldgevoel weer in slaap gevallen.
Om 8:00 uur was ik beneden en zag door het glas dat de slak er slecht aan toe was. Kromgetrokken lag hij daar op de bodem. Ik goot snel een paar druppeltjes water over hem heen; "Hij zal wel dorst hebben." Weinig beweging. Ik tilde het blaadje waaraan hij vastgeplakt zat op en dacht, en hoopte, dat hij aan het eten was, maar de kop met de ingetrokken voelsprietjes bevonden zich aan de andere kant. Ik bewoog het blad heen en weer in een irrationele poging het diertje te reanimeren.
In het park gooide ik het potje leeg. Nu is gooien niet mijn sterkste kant en de slak stuiterde dan ook met blad en al vlak voor mijn voeten in het gras.
Ik pakte hem weer op en legde hem op een schaduwrijke plek tussen de klimop.



zaterdag 24 augustus 2024

Een laatste groet

Ik loop door een herfstachtig park met de hond. Het heeft flink gewaaid. 
Half augustus, maar het lijkt even of het al november is. Op de terugweg naar huis check ik of de dakpannen er nog goed bij liggen. Ineens zie ik iets tussen de oranje pannen uitsteken; het is de zwarte vleugel van een vogel! Even lijkt het of hij beweegt, maar het is de wind. Een kauwtje of een gierzwaluw?
Het dramatische beeld vestigt zich op mijn netvlies; die ene vleugel omhoog, een laatste schreeuw om hulp, een laatste groet, voordat de hongerdood toesloeg. Hoelang heeft hij daar in doodsangst zitten spartelen met zijn kopje klem tussen de pannen terwijl de anderen allang waren vertrokken richting Mali en Congo?! Ik heb niets gezien en niets gehoord van zijn strijd om los te komen.
De eerste bladeren dartelen de hal van het museum in als ik de hond snel van zijn riem ontdoe. Met een lange ladder bereikt mijn man de dakgoot en met een lange schoffel schoffelt hij net zo lang totdat het kadavertje lichtvoetig naar beneden dwarrelt. 
Ja, het is inderdaad een gierzwaluw, helemaal uitgedroogd. 
Het is stil nu, doodstil. 


woensdag 7 augustus 2024

Vleermuisje

Vanmorgen raakte ik in gesprek met een stel in het museum. Het ging erover dat ik in de vorm van een stuk aangespoeld afval al snel een levend wezen zie. Toen zei de vrouw ineens: "Er ligt hier een vleermuisje op straat. Hier vlakbij!" Ik dacht in eerste instantie aan een stukje afval in de vorm van een vleermuisje en dat deze mensen een soort gelijke afwijking hadden door overal iets in te zien."Ik kan hem voor je halen? Wil je hem hebben? Ik haal hem wel even." En ze liep de deur uit. Ondertussen zei ik tegen de man dat ik wel eens een zeehondje dacht te zien op het strand en dat toen ik er naar toe liep duidelijk werd dat het gewoon een vuilniszak was. Dat moet niet te vaak voorkomen, dan ga ik aan mezelf twijfelen, grapte ik, maar aan een zekere vorm van beroepsdeformatie ontkom je niet."

De vrouw kwam terug met een klein harig vachtje waaruit een zwart 'armpje' omhoog stak. Het andere zat vastgeplakt aan het lijfje. Ik kon nog iets van de relatief grote oortjes ontdekken. Nee geen afval, het was een echte. "Overreden?" "Zou kunnen, heb je er iets aan?"vroeg de vrouw. "Hij gaat op de foto en dan onder de grond", verder zag ik zo snel geen andere opties. Ik nam het kleine bontje van haar over. Voor het eerst van m'n leven hield ik een vleermuisje vast. "Tegen iets opgevlogen?" 
We zouden er nooit achterkomen.  

Ik moest denken aan het vleermuisje dat ik ooit maakte van o.a. een gejut, leren portemonneetje en twee stukjes purschuim. Nee, die haalde het hier niet bij.  

Met een lepel groef ik een gat in de tuin.




Blauwtje

Zaterdag kwamen de bezitters van Wespendans en De Vliegende Dinosaurus weer een kijkje nemen in de galerie. Nog steeds blij met de twee hangende objecten gelukkig. Ze keken uitgebreid rond. Het moest een cadeautje worden voor de verjaardag van F. Zij had uiteindelijk haar oog laten vallen op De Vliegende Egel, en Blauwtje vond ze ook wel mooi. Omdat het een verrassing moest zijn ging het allemaal heel geheimzinnig. Ze wilde de knoop al doorhakken en een keuze maken, maar haar man zei: "Jij gaat helemaal niets." Hij fluisterde mij met een veelzeggende knipoog toe dat hij de komende week nog wel even langs zou komen. Met frisse tegenzin verliet F de galerie. 

Een uurtje later kwam er een ander stel binnen. Ook hun oog viel op De Vliegende Egel. "Ja, die moet het worden! We nemen hem," hoorde ik haar zeggen. Ik zei dat ze geluk hadden en vertelde dat hij bijna verkocht was. Ik was wel even in dubio, maar er waren geen keiharde afspraken gemaakt. Wieweet vonden ze ergens anders een beter cadeau voor F en kwamen ze helemaal niet terug. De schoorsteen moet ook roken. Afijn, een lang verhaal kort: De vliegende Egel was de deur uit.  

Woensdag, na drie dagen weekend, is RAT weer open. En al snel komt daar de bijna jarige F binnen met haar gezelschap. "Hij hangt er niet meer! Zeker een grapje?" "Nee, nee echt niet," mompelde haar man. Ik beaam dat hij verkocht is nog diezelfde dag. "Ik geloof het niet!" F kijkt haar man recht in de ogen. Ik zeg dat het bijna nooit voorkomt, maar dat het echt waar is. Mij gelooft ze.
Ze lopen wat uit het veld geslagen langs de vele reliëfs, sculpturen en lichtobjecten. Ze heeft nog een optie, maar dat is wel een staande sculptuur. Daar heeft ze eigenlijk geen plek voor. Ik laat ze even rustig hun gang gaan en ineens komt F met een vraag: "Kun je van deze ook een hangende maken?"
Ze loopt naar Blauwtje, de vlinder op de sokkel. Eerst voel ik me een beetje in m'n eer aangetast; zo heeft de kunstenaar het niet bedoeld! Maar nadat ik er even naar gekeken heb zie ik toch mogelijkheden. En bij nader inzien klopt dit helemaal; bij het maken van Blauwtje had deze sculptuur eerst namelijk maar één blauwe vleugel. De onderste. Daarom kón ze niet vliegen. Staand op de sokkel zag ze er zo juist aandoenlijk uit. Later kreeg ik van een collega jutter de andere blauwe 'vleugel', die móest gewoon aan de sculptuur, want het paste heel mooi qua kleur en vorm. Maar de vlinder staat nog steeds op die sokkel, terwijl ze nu kan vliegen! Niet meer dan logisch dat ze nu de lucht in gaat. 
"Het heeft gewoon zo moeten zijn!" 
"Ik ben er al overheen," fluistert F me toe.
"Ik zal hem maar wel snel afrekenen," zegt haar man lachend nu de spanning uit de lucht is.
"Kun je er drie meter draad aanmaken? We hebben een hoog plafond. Dan kom ik hem morgen halen."


zaterdag 13 juli 2024

Kan je die schijt niet ff opruimen

We hebben een hond, een oude hond. Ze wankelt af en toe met haar achterkantje, maar verder doet alles het nog redelijk goed; eten en drinken, plassen en poepen. Lange afstanden zoals vroeger met de verschillende juttochten gaat echter niet meer. 

Ik laat haar uit in het park vlakbij. Iedere ochtend, middag en avond. Aan het begin van het park zakt ze vaak meteen door de achterpootjes voor een lange plas. Het is een teefje, die plassen zittend. 
Na de 'grote' boodschap stap ik behoedzaam door het gras en ruim dan in een handomdraai haar bescheiden, bruine drolletje op. Soms sta ik dan toch helaas in de stront van een andere hond, maar dit even terzijde. Ook ruim ik vaak nog even het afval rond de bankjes op: blikjes, patatbakjes, plastic verpakkingen, sigarettendoosjes en peuken. Niet om mezelf op de borst te kloppen schrijf ik dit hier, maar omdat je dan beter mijn humeur kunt inschatten aan het eind van deze verhandeling.
Gisteren werd ik tijdens een wandelingetje aangesproken door een wat oudere mevrouw met ook een oude hond. Ze zei ineens: "Ze heeft gepoept (met ze bedoelde ze mijn Paula), dus moet je dat niet even ...oh nee, het is natuurlijk een vrouwtje en die plassen zittend." Ik bevestigde dit. Ik snapte de verwarring. Kan gebeuren. 
Vanmiddag liep ik weer met m'n grijze viervoeter naar het park. En ja hoor, zodra we er waren dook ze meteen de bosjes in om de druk van de ketel te halen. Een jong stel loopt gearmd langs op weg naar de kermis. In het voorbijgaan zegt de jongen ineens tegen mij: "Kan je die schijt niet ff opruimen!" De fors uit de kluiten gewassen jongeman liep vervolgens gewoon door met z'n meissie en ik meende op te maken uit zijn houding dat hij het best stoer vond van zichzelf dat hij mij zojuist tot de orde had geroepen. Ik riep ze nog achterna: "Ze heeft niet gepoept, het is een teefje, die plassen zittend!" Al snel verdwenen ze in het kleurrijke kermisspektakel op het plein. Ontgoocheld stond ik even stil bij het leven van alledag. Schijt.