Follow by Email

maandag 16 december 2019

Een ommetje

Het is een koude, stormachtige zondagmiddag. Met tegenzin stappen we in ons autootje onder het motto; "kom op, we gaan er toch even uit, niet te ver, een klein ommetje." We hebben ons goed ingepakt met nog een extra broek onder onze zondagmiddag-chillbroek. Een muts is ook geen overbodige luxe, desondanks doet mijn linker oor later een beetje pijn door de snijdende wind.
We parkeren ergens in de berm en als we over het eerste duin zijn steken we de Muy door naar het strand. De rugzak is nog leeg. We struinen het strand helemaal af terwijl de vliegende zandkorrels langs onze broekspijpen striemen. Paula slaat zich er in het begin nog dapper doorheen, maar uiteindelijk is de lol eraf. Ze wordt moe en gaat tegen een duin hangen in de hoop daar wat meer in de luwte te zitten. Met dichtgeknepen ogen kijkt ze toe hoe het vrouwtje en het baasje -want zo liggen voor haar de verhoudingen- van de ene vondst naar de andere gaan. Geduldig bibbert ze daar een poosje totdat de foto's zijn gemaakt en de aangespoelde spullen in de rugzak zijn gestopt. De zon verliest nu snel haar kracht. Hoe dichter we bij de monding van de Slufter komen, hoe mooier het wordt. De wolken kleuren poederroze en goud in een blauwe lucht, die echter langzamerhand steeds grijzer wordt. Betoverend mooi is hier wel op z'n plaats! Ik krijg er geen genoeg van. Ik zie het water vervaarlijk, wild klotsen en in een stroomversnelling richting zee bulderen. Hierbij wordt het zand langs de randen afgeslepen en uitgehold. Het pad is daardoor smal geworden.
Goossen loopt met Paula al vooruit. Ik zie hem verdwijnen om de hoek van het laatste hoge duin. Daar, uit de wind, staan ze later op mij te wachten. We slepen ons nu gezamenlijk verder, bepakt en gezakt met de volle tassen gevuld met stukken plastic en hout uit de zee. De rugzak is flink gescheurd bij het hengsel. We proberen het gewicht zo eerlijk mogelijk te verdelen voor de laatste kilometers.  In de Sluftervallei kijken we onze ogen uit terwijl de schemering in rap tempo toeslaat. Het is alsof we in een droom lopen, zo onwerkelijk en sprookjesachtig mooi.
Deze paradijselijke wereld, ontdaan van al het menselijke geschreeuw, grijpt me vast en zegt:
kijk dan, zo mooi kan het zijn!

















Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.