woensdag 21 mei 2014

Ontmoeting op de Hoge berg.

15 Mei 2014 Texel
Een blauwe lucht, witte wolken en een fris briesje tijdens mijn dagelijkse wandeling met Paula. Fluitenkruid en Meidoorn steken wit af tegen groen en blauw. Een slingerend schelpenpad met tuinwallen aan beide zijden strekt zich voor me uit. Flinke lammeren liggen op hun zijtje onder de voederbak. Het leven lacht me toe.

Een vrouw van een jaar of zeventig komt me tegemoet met haar hondje; een wit ruigharig hondje met zwarte vlekken, op korte pootjes, iets te dik. Voor Paula is hij inmiddels ook bekend, dus ze gaat niet op de rem staan maar loopt rustig mee. Ik heb de vrouw, die ik al van verre herken aan haar wat stijve manier van lopen, vaker gesproken op ons beider uitlaatwandelingetjes. De staart van haar hond is geamputeerd. De vorige keer dat we elkaar passeerden riep ze me al van verre toe om Paula kort te houden want de wond was nog vers en er mocht niemand aankomen.
Ik groet haar en vraag haar hoe het met haar 'Binkie' is. Ze steekt meteen van wal: ”Ik had de mensen gezegd er niet naar toe te gaan ,staat vanmorgen ineens de politie aan de deur! Ik zeg: als je verkeerd doet dan komen ze niet en doe ik het goed staat de politie op de stoep!” Ik kom niet achter de ware toedracht van haar betoog en om haar weer wat op het positieve pad te brengen merk ik op dat Binkie’s staart mooi geheeld is.
Ja, ja dat zeker, hij komt uit Griekenland, vroeger ging ik met het busje overal heen, boven kon je slapen, beneden alle spullen.”
Zeven jaar had ze zo rond gereisd. Van haar overleden vader had ze geld geërfd. Toen ze vijftig was kwam dat vrij: “Ik wist helemaal niet dat hij zo rijk was, dat boeide mij toen niet. Maar het is toch mooi dat je dat dan ineens krijgt! Mijn moeder ging maar niet dood. Erg hè, dat ik dat zo zeg, zij wilde altijd de stad in, veel goud om haar vingers en ik moest dan een mooi jurkje aan en mooie schoentjes, maar ik wou SPELEN! Mijn vadertje was zo niet.”
Ik word dement, ik heb nu de ziekte van Alzheimer”, vertrouwt ze me ineens toe. “Maar ik wil euthanasie. In Zwolle en Meppel waar mijn dochters wonen kun je dat zo regelen, maar hier niet. Ik ga niet zitten wachten tot ik al rochelend in een stoel zit.” Ze trekt een scheef gezicht, stoot wat dierlijke geluiden uit en lacht.
Ik geef haar groot gelijk en vraag hoe dat dan moet hier op Texel. “Ik heb alles al geregeld, de papieren. Over twee of drie jaar ofzo.”
Wel naar met de jongetjes,” zegt ze dan. “Mijn kleinkinderen, maar ik heb hun hele studie betaald.” Ik zeg dat dat toch heel mooi is, dat je dat doorgeeft. “Ja zeker, dat geef ik door”, zegt ze blij.
Binkie is erbij gaan liggen en Paula staat met een strakke lijn te wachten tot ik doorloop. Ertussenin de tennisbal van Binkie die hij bij de ontmoeting met Paula had laten vallen. “Woon je hier op het eiland?” vraagt ze dan. “Ja hier in Den Burg.” “Ik mag zo'n fiets uitzoeken omdat ik Alzheimer heb”, zegt ze lachend. “Zo eentje waar de hond ook op kan. Ik ga wel even naar mijn eigen …” “Fietsenmaker” zeg ik, als ze niet op het woord komt. “Ja fietsenmaker. Ik mag ook nog wel autorijden, maar dat doe ik niet meer. Met de jongetjes achterin, nee, dat doe ik niet meer. Ik heb nog wel een scooter, een hele mooie” zegt ze met pretoogjes. “Jaha”, lacht ze me ondeugend toe. Terwijl we zo staan te praten kijk ik naar haar lila trui die mooi kleurt met de gele riem van haar hondje die ze om haar nek heeft hangen. De trui heeft wat vlekken.
Gisteren was ik vier uur onder de pannen met een vrouw die wilde kijken wat ik nog kon, vier uur! Ik moest stofzuigen en ze ging mee naar de supermarkt en daar moest ik boodschappen doen en dat doe ik nooit met een briefje; ik koop wat ik zie en wat ik lekker vind, maar zij zei dat ik een briefje moest maken, maar dat doe ik nooit. Nou ik heb wel even duur ingeslagen” grinnikt ze, “ik dacht ik zal je krijgen hahaha.” Ik informeerde of ze voor alle onderdelen geslaagd was. “Vier uur moest ik van alles doen voor haar, vier uur! Ik ben nog wel bij de wekker hoor!” Ze tikt tegen haar voorhoofd, zet haar tanden op elkaar en laat duidelijk haar boosheid over die betutteling horen. “Maar ik wil euthanasie hoor als het zover is.”
Ik zwijg en hoop zo voor haar dat dat zal gaan lukken. Dat ze niet te ver heen zal zijn en tegen die tijd niet meer zal mogen/kunnen tekenen. Ik zwijg want ik wil haar niet ongerust maken. Er komt een man aan in de verte. “Ik hoop u nog eens te zien”, zeg ik. “Ja dag hoor.” Ze lacht. “Binkie, pak je bal.” Binkie grijpt zijn bal en loopt achter haar aan.
Paula en ik zetten onze weg voort. Ik groet de tegenligger.

De zon schijnt warm in mijn gezicht.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen