zondag 14 maart 2010

Ik ben gisteren wezen jutten. Bij Ecomare linksaf, heen langs de branding en terug langs de duinkant. Prachtige zwarte wolken, nevel in de verte en de zon, op een helemaal zilveren zee, boven mij. Mijn doel was het vinden van een geschikte steen voor een nieuw werkje en ik wist dat een eind verderop stenen waren te vinden, verspreid over zo'n 40 meter. Zoals gewoonlijk vond ik weer vanalles. Er kwam nog een hele stoet honden aan; drie fanatieke grote herders met elk een enorme balk in de bek. Erachteraan liep een klein, niet minder fanatiek hondje met korte pootjes met een evengrote balk. Een seconde was ik bang dat ze mijn gevonden plankjes interessanter zouden vinden maar ze passeerden zonder acht te slaan op mijn buit.
Na een tijdje had ik al zoveel gevonden dat ik na elke tien stappen moest pauzeren om hernieuwde krachten te verzamelen. Ondertussen raapte ik nog vanalles op (want je zou het maar net nodig hebben om de laatste hand te leggen aan een fantastisch kunstwerk) en liet ook weer vanalles vallen. Wandelende mensen die mij inhaalden kwamen niet op het idee om die rare zwerfster een handje te helpen; ik zag er ook niet uit met die zwarte sjaal om mijn hoofd tegen regen en gure wind bepakt en bezakt met 'troep '. Hijgend en puffend en zwaar bezweet, ploegend door het mulle zand bereikte ik mijn fiets.
Op heel Texel zijn ze de wegen aan het vernieuwen waardoor ik terecht kwam op een verkeerd fietspad en veel te veel naar links afdwaalde om vervolgens bij De Koog weer uit te komen. Den Burg 6 km. Gelukkig had ik in tegenstelling tot de heenweg de wind achter, maar de miezer ging langzamerhand in regen over. De fiets, zwaar beladen met de gejutte spullen, zwabberde door de grote steen die in het mandje voorop lag. Thuis gooide ik de tassen leeg op het terras in de tuin en trots toonde ik de gevonden materialen aan mijn lief, die zich al afvroeg waar ik toch bleef.
De steen paste perfect onder het nieuwe kunstwerkje.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen